shadow

De vergeten lichtstoet 1954-1966

1

In 1953 rijpte bij de Borsbeekse Herbergiersbond het idee een feestelijke optocht te organiseren die, samengesteld uit verklede leden van de plaatselijke verenigingen, verlicht door kleurrijke lampions en begeleid door de plaatselijke fanfare, door de straten zou trekken. De uitvoering van dit plan mislukte echter. In de plaats daarvan organiseerden de herbergiers in dat zelfde jaar een wedstrijd, waarbij de herberg met de mooist versierde én best verlichte cafégevel werd bekroond. 1953 was ook het jaar dat België de televisie leerde kennen: de ‘magische lichtbak’, die het verenigingsleven grondig zou veranderen en o.a. ook mee aan de basis zal liggen van de korte levensduur van onze Borsbeekse lichtstoet.

Hoe dan ook zou het hierboven beschreven initiatief van de cafébazen de aanzet vormen tot de start van de eerste Borsbeekse lichtstoet op zaterdag, 16 oktober 1954 : een organisatie van een kersvers lichtstoetcomité, bestaande uit de al vermelde Herbergiersbond en de Borsbeekse Middenstandsbond, en dit onder het voorzitterschap van Leopold Govaerts en met de enthousiaste steun van de toenmalige burgemeester Edmond Snacken. De eerste stoet telde 14 lichtwagens. Het werd in ons dorp een jaarlijks weerkerende gebeurtenis tot 1966, toen de dertiende én de laatste Borsbeekse lichtstoet zijn ommegang maakte.

Goed om weten is dat daarvoor, in 1911, Borsbeek ook al een lichtstoet had georganiseerd t.g.v. de invoering van het elektriciteitsnet in de gemeente.

Vandaag, 50 jaar later, is deze jaarlijkse lichtstoet enkel een herinnering bij de oudste inwoners en de oudere   babyboomers van onze gemeente. We proberen – geïllustreerd met enkele foto’s – dit ‘lichtstoetenverhaal’ kort even toe te lichten.

 

Een lichtwagen bestond uit een onderstel van een oude vrachtwagen of bestelwagen, of een metalen of houten frame met vier (vrachtwagen-)wielen er onder. Sommige lichtwagens beschikten zelfs over een stuurinrichting. Op dit kader werden houten, metalen, plaasteren of plastiek constructies gebouwd. De contouren van deze opgebouwde decors werden afgeboord met 800 tot zelfs 3000 gloeilampjes. Onder deze decors waren meerdere autobatterijen geplaatst om deze lampjes te doen branden. Op de lichtwagens stonden vaak enkele figuranten, kinderen en volwassenen, die voor een talrijk opgekomen publiek, toen de dag van hun leven beleefden. De lichtwagen werd voortbewogen, getrokken of geduwd door een tractor of door personen, die zich onder de opgebouwde constructie bevonden. Enkele bakken bier zorgen voor de nodige energie voor deze moderne “galeislaven”.

 

 

 

 

 

 

 

 

De bouwers van deze lichtwagens waren Borsbeekse verenigingen of wijkcomités-avant-la-lettre.

Ook het Borsbeekse brandweerkorps was meermaals deelnemer!

Allerlei onderwerpen zetten onze lichtwagenbouwers in het licht: geschiedkundige of Bijbelse taferelen, de Antwerpse haven, heemkundige onderwerpen zoals de klokkenroof en de vernieling van de Sint-Jacobuskerk, sprookjes, enz.

Hoe verliep een lichtstoet?

 

 

 

De lichtstoet vond telkens plaats op een zaterdagavond, tijdens de maand september of oktober. De stoet werd telkens gevormd op de Lucien Hendrickxlei en de Boechoutse steenweg. De volgorde van de lichtwagens werd bepaald door lottrekking. Naast de lichtwagens bestond deze stoet ook uit meerdere “muziekmaatschappijen”, harmonies of fanfares uit Borsbeek en uit de buurgemeenten. De muzikanten hadden vaak hun eigen verlichting op hun partiturendrager aangebracht of werden begeleid door enkele personen, die gaslantaarns droegen. Ook reden er af en toe enkele lichtwagens mee, die afkomstig waren uit andere gemeenten.

 

 

 

 

De stoet vertrok om 19u.30 aan de L. Hendrickxlei, hield in de J. Reusenslei halt aan het voormalige gemeentehuis, nu politiekantoor. Aan de overkant was voor de kerk een tribune geplaatst voor de genodigden en voor de jury. Iedere lichtwagen hield een halve minuut halt voor deze tribune zodat de juryleden de wagen nog eens rustig konden bekijken. In de jury van de eerste lichtstoet zetelden naast een kunstschilder en een lithograficus ook de burgemeesters van Vremde, Boechout en Wommelgem. Tijdens latere edities werd de jury aangevuld met enkele ‘specialisten-ter-zake’. De stoet verplaatste zich vervolgens door de volgende straten, waarvan de straatverlichting was gedoofd: J. Reusenslei, Herentalsebaan, F. Beirenslaan, de Robianostraat, Akkerdonckstraat, J. Goovaersstaat,  L. Janssensstraat, J. Reusenslei, Smisbergstraat, J.F. Stynenlei.

 

 

 

 

Diezelfde avond kon men tot middernacht de wagens nog bekijken in de J. F. Stynenlei en de Smisbergstraat of in de Jan Goovaersstraat of in de de Robianostraat: de tentoonstellingsplaats was ieder jaar niet dezelfde. De volgende dag, zondags, kon men op dezelfde locatie de lichtwagens met/zonder verlichting en met/zonder figuranten tot 22u. bezoeken. De proclamatie en de uitreiking van de prijzen vond zaterdagavond na de stoet plaats in het gemeentehuis. Het verduisterde dorp – tijdens de lichtstoet – was voor de kinderen een aparte en nooit te vergeten ervaring, voor sommige volwassenen een herinnering aan de voorbije oorlogsjaren.

 

 

 

 

Grasduinend in de programmaboekjes van de 13 georganiseerde lichtstoeten stelden we vast dat het Borsbeekse  lichtstoetcomité was bemand door een groep trouwe, enthousiaste, onbaatzuchtige medewerkers.

Daarnaast konden zij elk jaar rekenen op de medewerking en de deelname van meerdere verenigingen of wijkcomités.

Het jaarlijkse, stijgend aantal bezoekers én de toenemende – internationale – belangstelling waren uiteraard ook een stimulans voor dit comité.

 

 

 

 

 

Borsbeek, het lichtstoetendorp-naast-de-stad: vandaag een weggedeemsterde herinnering mét een tikkeltje weemoed. Of neemt een groep enthousiastelingen de – elektrische – draad weer op?

Meer info over én bewegende beelden van deze Borsbeekse lichtstoeten vind je in de onvolprezen dvd-reeks  “Borsbeek in de prehistorie”, een uitgave van het Davidsfonds Borsbeek en het gemeentebestuur Borsbeek, samengesteld door Jos Hoeyberghs.  Zie deel 2: lichtstoet 1958 en deel 6: lichtstoet 1959.

 

 

 

Johan Mortelmans

Facebook Twitter Email

De Sprinkhaan: de geboorte van een wijk tijdens de golden sixties.

 

Plattegrond Sprinkhaanwijk
∆ Oude Sprinkhaanhoeve

1958: Expo 58, de wereldtentoonstelling in Brussel. Het werd de start van de golden sixties, die eindigden in 1973 met de eerste oliecrisis. Tijdens deze periode kende onze regio een tot dan toe ongekende welvaart. De kers op deze “ golden sixtiestaart” was de inhuldiging van de Ring en de Kennedytunnel in 1969. Meerdere multinationals, die zich toen in Vlaanderen kwamen vestigen, zouden ook mee voor deze economische stroomversnelling zorgen.

Naast de spectaculaire uitbreiding van het Antwerpse havengebied ontstonden er ook industrieterreinen in Hoboken, Merksem, Wilrijk en Deurne-Noord. O.a. ook door de verhoogde mobiliteit – het autopark verdubbelde tijdens deze periode – en ook door de premiewet De Taeye, waardoor gezinnen met een bescheiden inkomen de kans kregen om een eengezinswoning te bouwen, deinden de verkavelingen uit tot in een straal van 15 kilometer rond de ‘koekenstad’. Dus ook tot in onze gemeente

 

Hoeve De Oude Sprinkhaenhoeve –
Herentalsebaan – afbraak Sprinkhaenhoeve – 1961

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1960 startte men in Borsbeek-West met de verkaveling van de gronden gelegen rond de Oude   Sprinkhaenhoeve. Het was een hoeve, die zich bevond in een gebied begrensd door de Herentalsebaan, de Manebruggestraat en de Frans Beirenslaan. De vandaag ingekokerde of overwelfde Koude Beek vloeide langs deze hoeve, die omgeven was met een hofgracht.

 

1961 – Herentalsebaan – Adrinkhovelaan.
1987 – Herentalsebaan – Adrinkhovenlaan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor men dit gebied verkavelde, waren in de omgeving van deze hoeve meerdere tuinbouwbedrijven.Tijdens de jaren 50 zal “dit glazen gedeelte” van Borsbeek-West nog uitbreiden tot – door een tweede verkavelingsgolf  tijdens de jaren 70 en 80 – deze tuinbouwbedrijven hier volledig zullen verdwijnen. Hieronder enkele foto’s van de drie eerste straten van deze spiksplinternieuwe Sprinkhaanwijk: de Adrinkhovenlaan, de Eenamelaan en de Granvellelaan.

Adrinkhovenlaan – 1962 – Noord
Adrinkhovenlaan – 1962 – Zuidwest.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Betekenis Adrinkhoven(-laan): de naam van één van de oudste Frankische veldcomplexen, die we in Borsbeek kennen. Eind 13de eeuw is er al sprake van een gehucht met de naam Ederinchoven. De naam wijst op bewoning en landbebouwing.

Granvellelaan – eerste woningen – 1962
Hoek Granvellelaan – Adrinkhovenlaan – 1972

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoek Granvellelaan – Eenamelaan – 1972

Betekenis Granvelle(-laan): ter herinnering aan de dynastie van de Granvelle’s, heren van Borsbeek van 1559 tot 1616. In 1559 koopt kardinaal Antoon Perrenot de Granvelle, heer van Cantincrode, de heerlijkheid van Borsbeek van de  toenmalige heer Antoon van Liere. In 1616 verkoopt de in geldnood verkerende heer François d’Oiselay de Granvelle de heerlijkheden Borsbeek, Hove en Boechout aan P. Peckius, kanselier van Brabant, professor aan de Leuvense universiteit en vertrouwensman van aartshertog Albrecht.

 

 

 

 

 

 

Eenamelaan – 1962
Eenamelaan – 1962

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenamelaan – 1972

Betekenis E(e)name(-laan): ter herinnering aan de abdij van Ename, waartoe de Borsbeekse parochie Sint-Jakob behoorde van 1185 tot 1318.

Ename is gelegen aan de Schelde op enkele kilometers van Oudenaarde. Met instemming van de abt van Ename wordt op 12 juli 1264 de parochie van Borsbeek, toen nog behorend tot de “moederparochie” van Deurne, zelfstandig. Daar de parochiegrenzen toen nagenoeg hetzelfde waren als de huidige gemeentegrenzen, werd de 750ste verjaardag van deze gebeurtenis in 2014 uitvoerig en uitgebreid in onze gemeente gevierd.

Een interessant weetje: in de kelder van huis nr. 16 aan de Eenamelaan zie je nog enkele funderingen van de verdwenen Sprinkhaenhoeve.

 

 

 

Zicht op de nog niet bebouwde Sprinkhaanwijk vanaf de Manebruggestraat – 1960. Op de voorgrond: de Koude Beek – op de achtergrond: start aanleg straten. Helemaal achteraan op deze foto amper zichtbaar enkele serres.

Tussen het ontstaan van deze wijk in 1960 en vandaag zien we het aantal bewoners in onze gemeente bijna verdubbelen! In een van de volgende artikels komen we nog uitvoerig terug op de verdere groei van Borsbeek-West. Bewoners, die nog over foto’s uit de oude doos, i.c. over vroegere straatzichten van Borsbeek-West of -Oost, beschikken, kunnen altijd terecht bij het Documentatiecentrum, dat gevestigd is in de bibliotheek aan de Lindenboomstraat.

 

Alle foto’s: archief Stan Mortelmans behalve de kleurenfoto(= Herentalsebaan – Adrinkhovenlaan – 1987) : archief Jan Roofthooft.

 

Johan Mortelmans

Facebook Twitter Email

Op wandel in de de Robianostraat van de vorige eeuw.

Wapenschild de Robiano
Fais ce que dois, Dieu pourvoira.
vrij vertaald : wij doen ons best , God doet de rest.
Kasteel Reynenborgh 1876
Foto: archief DocC Borsbeek

 

1910: de Antwerpse straat wordt de de Robianostraat, genoemd naar graaf Louis François de Robiano en zijn gelijknamige kleinzoon, de laatste heer van Borsbeek en de laatste inwoner van het – nu verdwenen – kasteel Reynenborgh, dat zich bevond op het schooldomein van het Sint-Jozefinstituut. In 1858 werd de de Robianostraat, de Antwerpse straat, voor het eerst gekasseid. De eerste – gedeeltelijke – aanleg van de riolering en van de voetpaden startte in 1904.

 

de Robianostraat -1939
Foto: archief Frans Vlaeymans

De Jozef Reusenslei als noordzuid-as en de de Robianostraat als oostwest-as, waren tot vóór de tweede wereldoorlog in onze gemeente de twee belangrijkste straten, waarover alle woon- en werkverkeer zich verplaatsten.

Hier vonden vorige eeuw alle manifestaties zoals (licht-)stoeten, processies en jaarmarkten plaats. Ook hier altijd de start- en aankomstplaats van alle plaatselijke wielerwedstrijden. Op de foto hierboven zie je links het café-kapsalon van de familie Stessens. Hier kon men ook telefoneren: iedereen beschikte toen nog niet over een telefoonaansluiting. Rechts: de kruidenierswinkel van Alfons Hellemans. Zijn dochter José Hellemans en haar echtgenoot André De Smyter namen deze winkel over. Later kwam er een kinderkledingszaak, nu is er een reisbureau gevestigd.

 

 

de Robianostraat 1972
foto: Archief Stan Mortelmans

In Jozef Reusenslei en in de de Robianostraat waren – tot vóór de eerste wereldoorlog – ook de meeste cafés gevestigd.
Tijdens die periode telde ons dorp met een bewonersaantal van ruim 1500 ‘zielen’ 36 cafés!
Vóór 1914 waren deze cafés – ook tijdens de dag – voor sommige dorpsgenoten ontmoetingsplaatsen voor een korte babbel en een ‘druppel’: zij verdienden toen als landbouwer of als ambachtsman thuis hun ‘dagelijks brood’. En het woord stress was nog niet ‘uitgevonden’!

Tijdens de beginjaren 60 werd het hoekhuis, café-kapsalon Stessens, afgebroken.
Links op de foto hierboven werd na de verbreding van het kruispunt het niet-afgebroken gedeelte van dit hoekhuis – tijdelijk – gebruikt om er een brandweerwagen, een vrachtwagen of materiaal van de gemeente te plaatsen.

 

 

 

 

de Robianostraat 1911 – richting West
foto: archief DocC Borsbeek

Uiterst links op de foto bemerk je een café, dat tijdens de jaren 60 de naam Victoria zal dragen.
Met de drie aangrenzende huisjes wordt met dit café in 1988 gesloopt tijdens de heraanleg en de uitbreiding van het dorps- of kerkplein.

De klaslokalen van de basisschool werden gevrijwaard.

Wat later werden ook in de Jozef Reusenslei de vier laatste woningen palend aan de basisschool Sint-Jozef om dezelfde reden gesloopt.

de Robianostraat 1905 – richting Oost.
Foto: archief DocC Borsbeek

 

 

Rechts op de foto de klaslokalen van de toen ‘aangenomen’, vrije lagere meisjesschool, nu basisschool Sint-Jozef.

Midden op de achtergrond de woning en het café “Den Roozenboom” van het echtpaar Jozef, Corneel Reusens en Rosalia Suetens. Zij waren de ouders van Florent Reusens, die burgemeester was van 1921 tot 1946.
Vanaf 1991 tot 2014 was hier het 2de klooster van de Zusters van het Arme Kind Jezus gevestigd. Nu wordt het een opvangtehuis voor kinderen, die thuis geconfronteerd worden met een problematische opvoedingssituatie. Achteraan links: café ‘In den Vuurmolen’, nu reisbureau.

 

de Robianostraat 1908.
Foto: archief Stan Mortelmans

 

We bevinden ons – links op de foto – aan de ingang van het klooster, nu Sint-Jozefinstituut.
De ochtendzon tekent een schaduw van de fotograaf en van zijn medewerker op de kasseien.

Wat verder rechts, voorbij de eerste woning, de hoeve Verhelst, betreed je de Korte Nieuwstraat, later Korte Smisbergstraat genoemd.
Sinds 1930: Jan Frans Stynenlei.
In deze straat werd in 1907 de ‘nieuwe’ gemeentelijke lagere jongensschool gebouwd.
Het gebouw werd opgetrokken in dezelfde Boomse gevelsteen als het ‘spiksplinternieuwe’ cultuurhuis ‘De pas- torie’, het politiekantoor en het in 1978 afgebroken schoolhuis aan J. Reusenslei. Dit gebouw zal weldra door de uitbreiding van de gemeentelijke basis-school De Klinker verdwijnen.

de Robianostraat 1926 – richting Oost.
Foto: archief DocC Borsbeek

 

Bemerk links het toen nog brede ‘voetpad’.
Vooraan links, café ‘In de zoeten inval’, later café Quiévrain, toen het lokaal van de duivenbond, nu kapsalon. Onder het venster van dit café zie je enkele rieten duivenkooien of –manden.

Naast dit café was hoefsmederij annex café Van Mechelen gevestigd: vader Louis en zoon Jos staan aan de deur. Op deze plaats was nog even de kunstschool Academia gevestigd.

Rechts op de achtergrond de kerktoren – terug met torenspits – die in 1914 door de Belgische Genie was opgeblazen.
Tussen de kerktoren en het hoge gebouw, de voormalige directeurswoning van het klooster, zie je een gedeelte van het vroegere gemeentehuis, nu politiekantoor.

 

 

de Robianostraat 1962 – richting Oost –
foto: archief Stan Mortelmans.
de Robianostraat 1987 – richting Oost-
Foto: archief Jan Roofthooft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De linkse  foto is misschien wel de laatste foto voor dat de ‘skyline’ van ons dorp definitief veranderde.

Op de achtergrond rechts de Sint-Jakobuskerk – zonder torenspits: in 1941 – tijdens wereldoorlog II werd deze torenspits op bevel van de Duitse bezetter – weerom – afgebroken.

56 jaar later, op 27 april 1997, werd de – hopelijk nu definitieve – torenspits weer op de kerktoren geplaatst.

Op de linkse foto, achter de langgerekte haag bevonden zich weiden en akkers, palend aan de de Robianostraat, en behorend tot het klooster.
Deze gronden werden vorige eeuw tijdens de jaren 60 verkaveld en verkocht.
Het resultaat zie je op de  foto hieronder.
Rond diezelfde periode startte ook de bouw van eengezinswoningen en appartementen in Borsbeek-West in de Sprinkhaanwijk en amper tien jaar later in Borsbeek-Oost in de Rosekapellewijk.

In 1961 telde onze gemeente 5 431 inwoners.
Op drempel van de 21ste eeuw 10 373!
Het dorpje-naast-de-stad was een dorp-naast-de-stad geworden.

de Robianostraat 1925
foto archief DocC Borsbeek.
de Robianostraat 1987
foto: archief Jan Roofthooft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We bevinden ons op het kruispunt van de de Robianostraat, de Georges De Grooflei en de Frans Theyslei.
Links zie je café ‘Flora’.
Later ‘Ons Volkshuis’, door de katholieken en de liberalen toen het ‘Sossenlokaal’ genoemd.
Vandaag café ‘Classics’.
Gustaaf Staes, was tot nu toe in Borsbeek de enige – socialistische – burgemeester, die van 1969 tot 1970 de gemeenteraad voorzat.

de Robianostraat 14 maart 1945
foto: archief Stan Mortelmans.
de Robianostraat 1987
foto: archief Jan Roofthooft

 

 

 

 

 

 

 

 

Op het einde van de Tweede Wereloorlog werd ons land door de Duitse bezetter bestookt met V1’s – 8 meter lange onbemande straalvliegtuigen en V2’s – 14 meter lange raketten – die dood en vernieling zaaiden. Ook in Borsbeek. De eerste V2 of raket viel op 13 oktober 1944 in de omgeving van de Sprinkhaanhoeve, nu Sprinkhaanwijk, aan de Aeszaklei, nu Herentalse baan. Balans: 2 zwaar en 34 licht gekwetsten.
Op 14 maart 1945 viel in Borsbeek de laatste V2 in de de Robianostraat ter hoogte van de ingang van het kerkhof.
Balans: 16 doden, waaronder 8 kinderen.

Herinneringsprentje
Archief Stan Mortelmans.

 

 

 

 

Tijdens de tweede wereldoorlog vielen er in onze gemeente door de 18 V-bominslagen 40 doden en werden er 280 huizen vernield of zwaar beschadigd (¹).
De bekendste aanslag was de V2-inslag op de bioscoop Rex aan de De Keyserlei op 14 december 1944. 567 doden, waaronder 271 burgers en 296 geallieerde militairen, vielen er toen te betreuren!
Op 29 maart 1945 werden de laatste V-bommen door de Duitsers gelanceerd.
De onvoorspelbaarheid van deze bominslagen zou meerdere oudere dorpsgenoten voor de rest van hun leven blijvend tekenen.

(1) W.O. II van Albertkanaal tot Erlafabrieken –Wijnegem,
Wommelgem, Borsbeek, Mortsel – Fik Denissen.
Een uitgave van de Wommelgemse Heemkundige Kring “De Kaeck” vzw.
2015 – p. 225.

 

 

 

 

 

de Robianostraat 1962 – richting Oost.
Foto: archief Stan Mortelmans

 

Deze foto werd genomen tijdens een warme weekdag in augustus. Op de grasstrook voor de linkse huizenrij staan de al geledigde vuilnisbakken. Van gescheiden huisvuilophaling, laat staan van restafval- of PMD-zakken, was er toen nog geen sprake!
Op de achtergrond het kruispunt de de Robianostraat – Frans Beirenslaan zonder verkeerslichten:
vandaag niet meer voor te stellen!
Rechts op de foto – niet zichtbaar – akkers en weiden.
Bijna 10 jaar later verrijst hier een grootwarenhuis: Priba 2000, vandaag Carrefour en meerdere andere handelszaken. Het zal de verkeersstroom in Borsbeek-West en in de omgeving totaal veranderen!

 

 

 

 

 

de Robianostraat 1972 – richting Borsbeek.
Foto: archief Stan Mortelmans.

Rechts op de foto zie je de afspanning ‘(In) het Boerenkwartier’, nu taverne ‘Poney-Pub’.
Deze afspanning werd in 1903 gebouwd op de grens van de gemeente Deurne en Borsbeek, op gronden, die toen eigendom waren van Florent Pauwels, tabakshandelaar en burgemeester van Deurne. Pauwels liet hier een langgerekte hoeve, bestaande uit een café, een woonhuis, een stalling, een schuur en een ‘karrenkot’ bouwen.
De eerste uitbaters van deze ‘doening’ waren het echtpaar Stan Verboven en Anna De Ridder.
Hier hielden vroeger de melkboeren uit de oostelijke gelegen dorpen halt om een drupke te drinken, voor ze verder met paard en kar naar hun klanten in de ‘koekenstad’ reden.
In dit café was vroeger ook een vogelmuseum gevestigd: een attractie voor groot en klein!
Op het voetpad rechts van de ingangsdeur van de taverne, ligt een steen, die sinds 1758 de grens tussen Deurne en Borsbeek aanduidt. Op deze grensovergang werden tot 1959 ook alle nieuwe Borsbeekse burgemeesters en pastoors ‘ingehaald’ of verwelkomd door schepenen en gemeenteraadsleden of door leden van de kerkfabriek.

 

Johan Mortelmans

Facebook Twitter Email

Op de foto met de burgemeester.

Het dorps- of kerkplein in 1895

Op een late herfst- of op een vroege lentevoormiddag? – poseren enkele Borsbekenaars voor de fotograaf. Een prachtige foto! Opvallend is het beperkte aantal graven op het ommuurde kerkhof.

Op de achtergrond bemerk je het toen vijf jaar oude gebouwencomplex van het klooster. In het grote gebouw achter café De Valk verbleven toen 135 internen. In 1911 meer dan 200! De bouw van een derde verdieping zou weldra volgen.
De kapel en het rechts aanpalende gebouw, het klooster, het verblijf van de zusters, werden in 1989 afgebroken. De zusters verhuisden in 1991 naar hun ‘tweede klooster’ aan de Jozef Reusenslei, dat ze in augustus 2014 verlieten.
Het oude internaatsgebouw zal in 2017/2018 tijdens de bouw van de schoolgebouwen van het Sint-Jozefinstituut worden gesloopt.

Links op de kerkhofmuur voor café De Valk zit de 27-jarige Jan Frans Stynen.
Hij was naast (hulp-)onderwijzer ook gemeentesecretaris en ontvanger van het armbestuur, nu OCMW.

In het midden van de kerkhofweg, die leidt naar de sacristie van de kerk, staat met wandelstok veldwachter Lembrechts. Hij zal in 1897 worden opgevolgd door veldwachter Petrus De Smet alias Peer, de garde.
Rechts van hem staat de gepensioneerde schoolmeester Franciscus Vinck met een kindje aan de hand. Hij was de laatste die – naast schoolmeester – ook koster was in Borsbeek!

Links van de weg staat – met beide handen in de heupen – in werkschort en met een pet op het hoofd Jozef Reusens, vergezeld door enkele gezinsleden.
Hij werd geboren te Borsbeek in 1840 en was de vijfde burgemeester sinds 1830.
Zijn Wommelgemse voorouders Reusens vestigden zich in 1709 in Borsbeek.
Hij werkte vanaf zijn 18de levensjaar bij zijn vader Jan, die een schrijnwerkerij bezat.
Hij huwde met Maria Van den Wyngaert. Uit dit huwelijk werden 9 kinderen geboren.
Hij legde mee de kiemen van een volwaardig aannemersbedrijf, dat na hem nog drie generaties bleef bestaan. Eén van zijn dochters, Maria, huwde met August Mortelmans, ‘den dikke meester’, later schoolhoofd van de gemeentelijke jongensschool.
Jozef Reusens, burgemeester vanaf 1892, stierf in 1910 aan de gevolgen van een longontsteking.
Vanaf 1930 dragen de Dorpsstraat – vanaf café De Valk tot aan de de Robianostraat – en de Molenstraat – vanaf de de Robianostraat tot aan de Herentalse baan – zijn naam.

Johan Mortelmans Foto archief Stan Mortelmans

Facebook Twitter Email

De postkaart van vandaag ontleed door gisteren.

Ontwerp postkaart: Anna Smout – cursiste Academia

Op een speelplein in Fort 3 lijken heden en verleden elkaar te ontmoeten.
Hieronder het achtergrondverhaal van de drie foto’s, die werden gebruikt voor een fotocollage op deze postkaart.
1.


1932.
Tijdens een Vlaamse kermis, georganiseerd in de tuin van het vakantie- en buitenverblijf van de Antwerpse kloosterorde ‘Les Filles de Marie’, gelegen aan de Jan Goovaersstraat, vandaag de woning met huisnummer 65, trad het circus Stromboly op, dat met acrobaten en clowns het aanwezige publiek vermaakte.
Het waren deze gelegenheidsartiesten, die de kern zouden vormen van wat later zou uitgroeien tot één van de grootste, plaatselijke jeugdverenigingen: de Chiro.
Op de foto én op de postkaart zie je 2 jonge kerels, die toen deel uitmaakten van dit circusgezelschap, dat je op de onderste foto ziet poseren voor de fotograaf.
Eind jaren 50 verlieten de zusters hun Borsbeeks vakantieverblijf en werd de kloostertuin verkaveld, die toen reikte tot aan de vandaag nieuwe-straat-in-aanleg: ‘Wijnerf’. Later – tijdens de vergroting van de Sint-Jacobuskerk anno 1958/59, toen het meisjeschirolokaal Zonneburcht als noodkerk fungeerde – was dit gebouw even de tijdelijke verblijfplaats van de Borsbeekse Chiromeisjesgroep.

1935 – “Maison de campagne – Borsbeeck”:
Vakantieverblijf van de kloosterorde ‘Les Filles de Marie’.
Op de achtergrond rechts: enkele huizen gelegen aan de Louis Janssensstraat.

2.

Petrus Franciscus De Laet alias Sus Pintjes, geboren in 1890 en overleden in 1962, echtgenoot van Irma De Winter, was een echte dorpsfiguur.

Kolenhandelaar, duivenmelker en herbergier van het café ‘In de zoeten inval’, later café Quiévrain, toen het lokaal van de duivenbond aan de de Robianostraat, nu een kapsalon.

Sus Pintjes, in 1926 duivensportkampioen van België, maakte zich ’onsterfelijk’ toen hij in dat zelfde jaar de internationale duivenwedstrijd van Pau won.

Deze gebeurtenis werd in ons dorp gedurende drie dagen heel uitbundig én met het nodige gerstenat gevierd.

1926 – de Robianostraat
Vooraan links: café en duivenliefhebberslokaal bij Frans De Laet.
Bemerk de rieten duivenkooien of -manden onder het venster.

3.

De drie meisjes op de postkaart zijn van links naar rechts: Mariette Mertens, Philomène Van Nuffelen en Gusta Embrechts.

1946 Een processie in Borsbeek.
Een processie was een godsdienstige plechtigheid, die telkens plaats vond in de vorm van een optocht, een ‘ommegang’ van geestelijken, priesters en gelovigen door de straten van een dorp of van een stad.
Tot in 1962 een jaarlijkse traditie in onze gemeente.

Borsbeek had 4 processies, die meestal gehouden werden samen met een plaatselijke kermis.
Zij zullen tijdens deze processie met drie andere meisjes de draagbaar – met daarop een beeld van de heilige Lucia – door de straten dragen.


Op deze foto zie je een gedeelte van de zuidelijke zijgevel van de nog niet vergrote Sint-Jacobuskerk met het toen nog ommuurde kerkhof.
Op de achtergrond het noviciaatsgebouw van het klooster: hier verbleven de novicen, de kandidaat-zusters in opleiding.
Vandaag zijn het klaslokalen van het Sint-Jozefinstituut.

DocC zal in de toekomst nog een uitgebreid artikel aan deze Borsbeekse processies wijden.
Johan Mortelmans

Facebook Twitter Email

Een korte historiek van het oude en het huidige kerkhof van Borsbeek.

1920 – het voormalige kerkhof – archief DocC

Vooraf een streepje geschiedenis…
Jozef II van Oostenrijk, de keizer-koster, die hier de lakens uitdeelde tijdens de laatste jaren van de Oostenrijkse bezetting, voerde in 1782 het verbod in om in kerken nog doden te begraven.
Tot dan werden de overledenen – als ze tenminste geld genoeg hadden nagelaten – in de kerk begraven.
Deze burgers werden in de volksmond ‘rijke stinkerds’ genoemd, daar er soms geurhinder was nadat ze onder de kerkvloer waren begraven.

De andere – niet vermogende – bewoners kregen hun graf buiten de kerk op het kerkhof.
Tijdens het bewind van Jozef II – en later tijdens van dat Napoleon – kwam daar verandering in.
Aan grote dorpen of steden – wat Borsbeek toen niet was – werd de verplichting opge-legd de begraafplaats buiten de stads- of dorpscentra aan te leggen.
Wat later – onder het Hollands bestuur van Willem I – werd in 1829 een wet van kracht, die ook de dorpen met meer dan 1 000 inwoners verplichtte hun begraafplaats buiten het dorpscentrum in te richten.
Met zijn toen circa 500 inwoners ontliep Borsbeek ook deze verplichting. Borsbeek bleef dus rond de kerk zijn doden begraven.
Het kerkhof was in Borsbeek tot midden van de 19e eeuw gewoon een open plek rond de kerk, met alle gevolgen van dien.
Tijdens een vergadering van de gemeenteraad van 18 juni 1831 werd het probleem besproken dat sommige inwoners gebruik maakten van het kerkhof om… hun wasgoed te bleken.
Dat is, zei de raad, “strydig aen de weerdigheyd van die plaets” en dus werd “geresolveert te bepaelen dat het uytdrukkelyk verboden is van op het kerkhof te bleeken of daer iets op te leggen of te zetten onder wat voorwendsel het ook zoude mogen wezen”.
Om dergelijke praktijken definitief te verhinderen, werd in 1852 het kerkhof afgesloten met een muurtje en een ijzeren hek. De mooie, smeedijzeren poort verdween in 1938 en werd later als… ‘vuilroosterfilter’ gebruikt in de Diepenbeek!
De laatste restanten van de kerkhofmuur verdwenen na de vergroting van het kerkgebouw in 1958-1959.

1905 – Sint-Jacobuskerk – rechts op de foto: het dak van de voormalige gemeenteschool – archief Stan Mortelmans

Begin 1900 werd de begraafplaats rond de kerk te klein. De gemeentelijke lagere school naast de kerk – zie bovenstaande foto – werd afgebroken en de daar vrijgekomen grond werd aan het kerkhof toegevoegd. Op het grondplan van de kerk met het al ommuurde kerkhof anno 1877 (foto 2) zie je bovenaan links de hoek van het gebouw van de gemeentelijke lagere school, die aan het kerkhof paalde.

1948 – De Sint-Jacobuskerk zonder kerkhof archief DocC

Door de gestage aangroei van de bevolking werd het kerkhof rond de kerk te klein en werd “een verplaatsing” van het kerkhof begin jaren dertig van vorige eeuw noodzakelijk.
Burgemeester Florent Reusens en zijn raadsleden gingen op zoek naar een nieuwe, geschikte plaats buiten het dorpscentrum.
In 1933 werd een geschikte plaats gevonden: een perceel van het Antwerpse O.C.M.W., ruim 5 ha groot, gelegen aan de Frans Theyslei en de Langbaan. Voor een betere toegankelijkheid van dit nieuwe kerkhof werden enkele kleine percelen gelegen tussen het O.C.M.W.-perceel en de de Robianostraat onteigend.
Het was ook de bedoeling om een laan aan te leggen, die de Sint-Jacobuskerk en het nieuwe kerkhof doorheen het Breedveld zou verbinden. Spijtig zouden de talrijke verbouwingen aan het klooster dit plan verhinderen. Jammer, want nu begeleiden we telkens onze dierbaren naar hun laatste rustplaats via een altijd verkeersdrukke de Robianostraat!
Op 1 november 1934 werd het oude kerkhof rond de kerk gesloten en een dag later werd de nieuwe begraafplaats in gebruik genomen. Op 11 november 1947 werd op het kerkhof het erepark en het bijhorende monument van de hand van kunstenaar Rik Sauter, ter ere van de gesneuvelden van W.O. I en W.O. II, ingehuldigd door burgemeester Edmond Snacken. Op onderstaande foto links van de burgervader staat met een regenscherm schepen van openbare werken, Jaak Van Nuffelen. De eerste zerkjes van de oud-strijders werden op 11 november 1949 onthuld.

Inhuldiging erepark kerkhof – 1947 – archief DocC

Het oude kerkhof, het kerkhof rond de Sint-Jacobuskerk, werd pas in 1951 volledig ontruimd en de laatste zerken met “eeuwigdurende eigendom” werden naar de nieuwe begraafplaats aan de de Robianostraat overgebracht.
De begraafplaats wordt later nog uitgebreid met een strooiweide en een columbarium. In 2012 werd gestart met aanleg van een urnenbos. In 2013 werd de eerste, biologisch afbreekbare urne er begraven. Borsbeek mag terecht fier zijn op zijn sober en goed onderhouden kerkhof: onze laatste aanlegsteiger vóór onze reis naar de overoever.

1962 – zicht op het huidige kerkhof vanuit de kerktoren – archief Stan Mortelmans
Bemerk rechts vooraan de boerderij en de akkers van het voormalige klooster.

Johan Mortelmans[

Facebook Twitter Email

Met de stoomtram naar de koekenstad!

1900 – Borsbeek Statie – Herentalse baan – richting Wommelgem

Deze buurtspoorweg of tramlijn, die werd aangelegd op de grens Wommelgem-Borsbeek, werd in gebruik genomen op 31 oktober 1889.
Het eerste gedeelte van deze buurttramlijn liep van Antwerpen via Broechem naar Zandhoven, met een vertakking in Broechem naar Lier. Het was de vijfde tramlijn in de provincie Antwerpen.
De stoomtram werd voor vele bewoners van o.a. Borsbeek en Wommelgem het vervoersmiddel naar de ‘koekenstad’.
Tot begin vorige eeuw waren deze uitstappen naar de stad voor de meerdere Borsbekenaars tijdens hun leven vaak de enigste verplaatsingen buiten hun gemeente.
Rechts op bovenstaande foto: de Molenstraat, nu Jozef Reusenslei, en het hoekhuis: café ‘De wachtzaal’, later café ‘In de kruisbaan’. Vandaag is op deze plaats een zonnestudio gevestigd.
1908 – Borsbeek Statie – Herentalsebaan – richting Antwerpen.

Rechts vooraan op de foto bemerk je café ‘Brouwershuis’ met enkele tafels en stoelen op het voetpad, nu bakkerij D’Hollander. Aan de overzijde staat een houten huis met luifel: café ‘Telegraaf’, nu een restaurant. De weg tussen deze twee cafés, de Fort II-straat, leidt naar Fort 2 in Wommelgem.
De laatste rit van de stoomtram – voor reizigers – vond plaats in 1926.
De goederentram bleef nog in gebruik tot in 1940.
1932 – Aeszaklei – nu Herentalse baan

Vanaf 1926 verving de elektrische tram de stoomtram.
In 1930 veranderde de Herentalse baan van naam in Aeszaklei.
16 jaar later werd de Aeszaklei terug Herentalse baan.
1962 – Borsbeek Statie

De elektrische “tram 42” doet zijn laatste rit op 28 september 1958.
1987 – Borsbeek Statie

Een lijnbus zal vanaf dan de reizigers naar de ‘sinjorenstad’ vervoeren.
Foto 1 en 2: archief DocC Borsbeek Foto 3 en 4: archief Stan Mortelmans Foto 5: archief Jan Roofthooft

Johan Mortelmans

Facebook Twitter Email

De inhuldiging of de inhaling van de nieuwe burgemeester of de nieuwe pastoor tijdens de vorige eeuw in Borsbeek.

1962 – de de Robianostraat

In onze gemeente was het vroeger de gewoonte, dat de nieuwe burgemeester of de nieuwe pastoor plechtig werd ‘ingehaald’ of verwelkomd aan de gemeentegrens Borsbeek-Deurne.

Deze inhaling vond telkens plaats ter hoogte van café ‘Het Boerenkwartier’, vandaag taverne ‘Poney Pub’.

Na de verwelkoming door het gemeentebestuur en/of door het bestuur van de kerkfabriek, vertrok er een stoet met praalwagens door het dorp.
Vandaag met de huidige verkeersdrukte amper voorstelbaar!

Op bovenstaande foto bemerk je op de plaats – waar de wegwerkzaamheden op grondgebied Deurne eindigen – de gemeentegrens is.
Een grenssteenl vind je op het voetpad rechts van de ingangsdeur van de huidige taverne.
Het eerste, Borsbeekse grootwarenhuis ‘PRIBA 2000’ – vanda ag Carrefour – moest nog gebouwd worden.

Ter illustratie hieronder enkele foto’s van deze mooie traditie, waarover het DocC-Borsbeek beschikt.

5 april 1911 – onthaal pastoor Frans Schuermans

Burgemeester Edward Corluy leest het welkomstwoord.
Hij wordt links geflankeerd door schepen C. Van Schevensteen en rechts door schepen L. Verbiest.
Daarnaast de aandachtig luisterende pastoor F. Schuermans.
Uiterst rechts staat pompier P. Hoeyberghs, alias ‘Peerke Petrol’.

6 juli 1947 – onthaal burgemeester Edmond Snacken

Op de foto van links naar rechts:
F. Resseler, L. Mortelmans, R. Neefs, pastoor B. Janssens, H. Van Laeken,
burgemeester E. Snacken, G. Huybrechts en E. De Clippeleir.
Roken was toen nog gezond…

5 mei 1957 – onthaal pastoor Emiel Hendrickx

Op de foto van links naar rechts:
pastoor E. Hendrickx, H. Knuyt, burgemeester E. Snacken, E. Boeckstaens, J. Crollet, F. Neefs,
S. Meukens en L. Govaerts.
E. Hendrickx was de laatste pastoor, die op deze plaats werd verwelkomd.
Let op de nieuwsgierige én de onderzoekende blikken van het ontvangstcomité.

Leopold Govaerts (vooraan rechts op bovenstaande foto en toen schepen van Openbare Werken)
was de laatste burgemeester, die op zondag, 28 juni 1959, op deze wijze werd ingehaald.
Amper vier weken later, op zaterdag, 25 juli, zou hij plots overlijden!
Het nieuws sloeg toen in als een bom in de Borsbeekse gemeenschap!

Johan Mortelmans

Facebook Twitter Email

In een notendop de geschiedenis van café De Valk alias “Verbiestje”.

De herberg der jeugdherinneringen.

 

Borsbeek telde op de vooravond van de eerste wereldbrand 1500 inwoners.
Bemerk op de achtergrond – links van de Sint-Jacobuskerk – het klooster met de kapel en het imposante internaatsgebouw.
Uiterst links op de foto, voor een stukje verscholen achter de trapgevel van bakkerij Stynen, zie je café De Valk, palend aan de kloostertuin.
In het kaart- en meetboek van 1758, van de hand van landmeter Petrus Stynen, was er al sprake van dit gebouw.
De voorgevel van deze herberg werd toen nog niet ontsierd door reclameborden of neonverlichting.
Links van de ingangsdeur zie je een deel van een hoger gelegen venster, waarachter zich een ‘opkamer’ bevindt.
 
 
De tekening hieronder  is van de hand van Stefan Wilsens alias Steven, pentekenaar, cartoonist, illustrator en toenmalige huistekenaar van de krantengroep DE STANDAARD/HET NIEUWSBLAD.
Deze pentekening van het interieur van café De Valk verscheen in de krant De Standaard op 14 november 1967.
Dit interieur – dat sinds de tweede helft van de 19de eeuw nauwelijks werd gewijzigd – werd later voor menig bezoeker een bezienswaardigheid.

Kopie pentekening interieur café De Valk – 1967 – archief Stan Mortelmans
Deze tekening vind je ook terug in het kijkboek HET MISVERSTAND,
uitgegeven in 1974 door de drukkerij Concentra in Hasselt.

Links op de tekening zie je een trapje, dat leidt naar de al vermelde opkamer, opkelder of voutekamer.
In deze kamer hielden onze raadsleden hun gemeenteraad.
De eerste  ‘Belgische’ gemeenteraad vond er plaats op 13 november 1830.
Het café, in 1830 nog eigendom van de kinderen De Vos, werd twee jaar later overgenomen door Joannes Verbiest, landbouwer.
Na hem zouden nog drie generaties Verbiest de dorstigen laven in café De Valk.
Omstreeks 1860 verhuisde de gemeenteraad naar een ‘eigen vergaderlokaal’, op de plaats waar vroeger de woning van de meester-koster stond, naast de al lang verdwenen gemeentelijke, lagere jongensschool naast de Sint-Jacobuskerk.
Vanaf 1892 beschikte Borsbeek eindelijk over een volwaardig gemeentehuis  – vandaag politiekantoor – aan de Jozef Reusenslei.

Leon en Germaine Verbiest-Vermeiren: laatste uitbaters café De Valk – archief GvA – DocC Borsbeek.

Op de foto hierboven zie je Leon en Germaine Verbiest-Vermeiren: de laatste uitbaters van café De Valk.
Tijdens de zestiger jaren van vorige eeuw werd café De Valk dé ontmoetings-, pleister- en afspraakplaats van de Borsbeekse jeugd.
Het uitgaansleven van de jongeren zal vanaf die periode totaal en blijvend wijzigen: meer consumptie, een grotere mobiliteit, geen begin- en einduur, … .
Vóór de tweede wereldoorlog ondenkbaar!
Leon en Germaine keken vaak met ongeloof vanachter hun toog-zonder-tapkraan naar deze onstuimige jeugd, naar deze fanfare van levenshonger en dorst: de babyboomgeneratie, de eerste “beeldbuiskijkersgeneraties”, de hippies, de mei-achtenzestigers en de KLJ-, Scouts- en Chiroleiding, opgegroeid tijdens de golden sixties en seventies…
In 1984 werd café De Valk erkend als een beschermd monument.
In 1992 veranderde het café van eigenaar: café De Valk werd  restaurant De Valk.
Het gebouw werd volledig en grondig gerenoveerd én vergroot.
Een renovatie die toen in de Borsbeekse gemeenschap op gemengde gevoelens werd onthaald.
Vandaag denken de jeugdige klanten van weleer met een tikkeltje weemoed terug aan hun café, hun herberg der jeugdherinneringen.

 

Café De Valk – 1973 – archief Stan Mortelmans

Johan Mortelmans

Facebook Twitter Email

Het verhaal van de molenaar, de schoolmeester en de smid.

1905 – Molenstraat – nu Jozef Reusenslei – richting noord – richting Herentalsebaan.

Op de achtergond van deze foto bemerken we een windmolen, een standaardmolen, die reeds bestond vóór 1759.
1909
De molen kort vóór de afbraak.
Hij stond op het Molenveld, dat zich situeerde op de hoek van de Jozef Reusenslei en de Eugeen Verelstlei. In 1911 werd deze molen gesloopt.

Men vermoedt dat de werking van deze molen verminderde omstreeks 1875, omdat hij te veel was ingebouwd en zo niet meer voldoende wind kon vatten.
Ook het gebruik van de stoomgraanmolen bespoedigde dit proces.
Deze door stoom, later door elektriciteit, aangedreven graanmolen bevond zich van 1866 tot 1960 in het tweede huis links op de foto.
De maalder (of “de molder”) Augustin Janssen, eveneens eigenaar van de windmolen, staat vanop de eerste verdieping naar de fotograaf te kijken.

In 1961 verdween deze maalderij om plaats te maken voor een appartementgebouw.

Op de eerste foto bemerk je rechts een imposant gebouw: het schoolhuis of de (hoofd-)onderwijzers-woning.

Het was de eerste ‘grote’ woning, die in ons dorpscentrum werd gebouwd. Toen een curiosum!
Er wordt verteld dat geïnteresseerden toen – voor 1 (Belgische) centiem – dit huis konden komen bekijken!
Dit gebouw, gebouwd in 1882 tijdens de eerste schoolstrijd (1879-1884), stond waar nu het voormalige klooster en het KBC-kantoor staan.
De liberale regering verplichtte toen ieder gemeentebestuur – naast het oprichten van een officiële school – ook tot het bouwen van een onderwijzerswoning.
 

1911 – café In den Vuurmolen
Toen uitbater: J. Van Reusel

Het schoolhuis bleef onbewoond tot 1887, want schoolmeester-koster Franciscus Vinck verkoos in zijn woning – naast de nu verdwenen gemeenteschool aan de Sint-Jacobuskerk – te blijven wonen.

Het leegstaande, nieuwe schoolhuis werd tijdelijk omgevormd tot een… café, uitgebaat door het gezin Milis.
Dit gedurende de verbouwing van hun café ‘In den Vuurmolen’, nu reisbureau, op de hoek van de Jozef Reusenslei en de de Robianostraat.

Het onderwijskoppel Frans Laureys, alias “Sus Patat”, en Joanna Reyniers zijn in 1887 de eerste bewoners van het schoolhuis.

In 1910 vestigde hoofdonderwijzer August Mortelmans er zich met zijn vrouw Maria Reusens, dochter van burgemeester Jozef Reusens, en hun kinderen.
Schoolhoofd Frans Resseler en zijn echtgenote Joske De Prins waren van 1946 tot 1962 de laatste bewoners van dit schoolhuis.
Kort daarna bood dit gebouw nog tijdelijk onderdak aan de liefdadigheidsinstelling ‘Lentevreugde’, aan de scoutsgroep van de St.-Jan Berchmansparochie, aan de turnkring Relax en aan het Jong-Davidsfonds. In 1978 werd dit gebouw – spijtig genoeg – afgebroken.

1910 – Molenstraat – nu Jozef Reusenslei – richting centrum.
Vooraan rechts: de Smisbergstraat.

Als we de kledij op de foto hierboven bekijken, werd deze groepsfoto vermoedelijk op een grijze herfst- of winterdag genomen.
In het huis links met vlaggenmast bevonden zich een melkerij en een koffiebranderij, uitgebaat door de familie Charbon.
Rechts het hoekhuis met het grote uithangbord: café “Lagard” uitgebaat door de familie Pauwels.
Zij hadden achter hun café een hoef- en bouwsmederij of smidse,  die uitgaf op de Smisbergstraat.
Op het einde van vorige eeuw was in deze woning nog het partijlokaal van de plaatselijke Volksunieafdeling gevestigd.
Nu vind je er een delicatessenwinkel.
 
L. Pauwels
alias “Lagard

Louis Pauwels (1862-1945), bijnaam “Lagard”, was een buitengewoon getalenteerde bouwsmid.
Een echte vakman, die dikwijls opdrachten uitvoerde voor de Lierse kunstsmid én ‘grootmeester’ Louis Van Boeckel (1857–1944).
Het smeedwerk van de omheining rond de – geklasseerde – tuin van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen is o.a. een werk van L. Van Boeckel.
De molenaar, de schoolmeester en de smid: vroeger vaak belangrijke figuren in elke dorpsgemeenschap!
Vandaag maken ze mee deel uit van de heemkundige geschiedenis van ons dorp naast de stad.
 
 

Mortelmans Johan

 
 

Foto 1 en 4: archief DocC Borsbeek           Foto 2, 3 en 5: archief Stan Mortelmans

Facebook Twitter Email