shadow

9de Historische Zomerwandeling

100 jaar geleden eindigde de Eerste Wereldoorlog. Onze gids Walter Janssens, leidt ons langs de straten die genoemd werden naar de gesneuvelden en de weggevoerde van die oorlog.
Facebook Twitter Email

Frans Verbist 100 jaar

Onze ondervoorzitter, Frans Verbist, is op zaterdag 20 januari 100 geworden. Frans is een man van vele kwaliteiten die heel belangrijk zijn voor ons DocC, in de eerste plaats door zijn grondige kennis van de geschiedenis: hij is een gedegen kenner van historische personen, feiten en verhaaltjes rond de geschiedenis van Borsbeek. Hij is niet alleen de auteur van een lijvig boek over de geschiedenis van Pulderbos, en van de uitgave van “De Costuymen van de Hoofdrechtbank van Zandhoven”,  we hebben van hem ook een tiental artikels over de armenzorg in ons dorp, artikels die wij op deze website spoedig hopen te kunnen publiceren … Wij kennen hem ook als de gedreven uitpluizer van oude akten, de man die door zelfstudie de paleografie als geen ander onder de knie kreeg.

Op 21 januari zetten de buren hem, op initiatief van Cel Van Nuffelen, plezierig en feestelijk in de bloemetjes.

Een officiële erkenning van Frans’  verdiensten mocht natuurlijk niet uitblijven. En daarom werd hij op zondag 28 januari door burgemeester Dis van Berckelaer gehuldigd tijdens de klassieke “nieuwjaarsdrink” .

Een Frans zoals wij die minder kenden werd ons tijdens het burenfeest voorgesteld door Guido Luyckx, een vriend van de familie Verbist. Hierna de tekst van diens toespraak.

 

Foto Janssens Nora

 

Speech Sooi Verbist 100 jaar

 

Beste Allemaal,

Ik heb nog zelden of nooit echt gespeecht, maar vandaag is de verleiding te groot. Iedereen van de aanwezigen heeft wel zijn persoonlijk verhaal in verband met Frans (Sooi voor sommigen). Maar ik wil u graag het mijne vertellen.

 

Het lijkt me logisch om in een speech voor een 100-jarige veeleer te focussen op het verléden dan op de toekomst. Ik moet dan wel opletten dat dit niet teveel gaat lijken op een afscheids- of begrafenisspeech. Alhoewel… Voor onze gevierde eeuweling – Frans – heeft dit het voordeel dat hij nu wél mee kan luisteren.

 

Ieder mens is een product van zijn tijd en zijn omgeving, en dat geldt ook voor Frans. Als hij vandaag 100 jaar is, moet hij dus geboren zijn in 1918, 4 maanden na de Russische oktoberrevolutie (waaraan hij helaas niet had kunnen deelnemen), en enkele maanden voor het einde van de eerste wereldoorlog. Als kind heb ik hem natuurlijk nooit gekend, hoe zou ik. Maar uit alle verhalen die ik in de loop van de jaren hoorde, kon ik me wel een beeld vormen van zijn jeugd. Als oudste kind van een boerenfamilie moest hij al vroeg verantwoordelijkheden opnemen op de boerderij in Nijlen. Het waren ongetwijfeld harde tijden, waarin hij het doorzettingsvermogen erfde van zijn vader, en waarschijnlijk ook diens koppigheid. Ik herinner me het verhaal van die noodlottige roestige riek die zijn vader in zijn eigen voet stak. Van een dokter wilde hij echter niet weten, wat hij nadien zijn dood betekende. Ondanks zijn intelligentie en leergierigheid kreeg Frans niet de kans om zijn talenten in een college of hogeschool te ontwikkelen. Daar stak zijn grootmoe een stokje voor, uit vrees “dat hij daar zou uitkomen als een ketter”. (Of wie weet zelfs als een commnist?) Bij het uitbreken van de 2de WO was hij een gezonde praktische Kempische jongeman van 22 jaar, die wel het boerenleven kende als geen ander.

 

Ik denk dat niemand van de aanwezigen hier betwijfelt dat Frans een goed mens is. ‘Goed’ is eigenlijk een moreel kenmerk, en misschien is dat een te vage omschrijving van iemand die plichtsbewust is, plichtsgetrouw, geduldig, bedachtzaam, vasthoudend, principiëel, energiek, taai, streng (niet in het minste voor zichzelf), flegmatisch, volhoudend, allemaal eigenschappen die volgens de boekskes een steenbok zouden kenmerken. Zonder aarzelen kan ik daaraan toevoegen : nieuwsgierig, leergierig, respectvol, hulpvaardig als geen ander…en ook zijn vrijgevigheid is legendarisch. Als zijn vrouw Sophie er destijds niet nauwlettend op toekeek, gaf hij telkens de schoonste groenten weg uit zijn moestuin, en at hij thuis liever zelf de wormstekige prei of wortelen op. “Die kunt ge toch niet weggeven!”

Ik denk dat de meeste buren in de straat hem wel als zodanig kennen.

 

Ikzelf heb Sooi leren kennen op mijn 19de als de vader van mijn beste vriend Riki, en de eerste keer dat ik aan huis kwam was voor mij een o-pen-baring. Ik kende wel niet zoveel vaders buiten de mijne, maar nu zag ik een vader die mee de tafel dekte, ze ook weer àfruimde, wat zeg ik : die mee de afwas deed! Een ‘nieuwe man’ avant-la-lettre! Ik stond paf: er bestaan dus wel degelijk vaders waar ge normaal kunt tegen spreken, die ge zelfs kunt tegenspreken zonder dat die boos worden… En de cultuurshock was nog niet over: ik zag een vader die na het werk in de haven zijn handen uit de mouwen stak, en een stuk wei in Pulderbos omtoverde tot een gezellig buitenhuisje met groenten- en bloementuin. Hij toonde me hoe ge moet spitten, hoe en wanneer ge patatten plant, tomaten zaait, erwten en bonen plukt, bomen en struiken verplant. Hij kon ook met pretoogjes verhalen vertellen over zijn collega’s in de haven. Het hing ervan af van welke collega-commissaris hem vergezelde of hij Poolse worst bijhad en vodka uit de scheepskeukens.

 

Ik leerde in die tijd het weekblad de Groene Amsterdammer kennen en het tijdschrift Vrede, die ten huize Verbist tot de laatste letter werden uitgelezen. Ik hoorde aan tafel verhalen uit eerste hand over de jodenvervolging, over het verzet tegen de Nazi’s en de rol van Frans hierin. Verhalen over de kennismaking met zijn vrouw Sophie, wiens familie gedeporteerd werd. Zijn liefde voor haar moet er één van op het eerste zicht geweest zijn. Al waren de dramatische oorlogsomstandigheden er niet naar om dat onmiddellijk te tonen. Het strookte eerder met zijn karakter om zich niet op te dringen, respectvol en bescheiden als hij was. “Hulpvaardig en betrouwbaar als een rots in de branding”, zoals Sophie me ooit toevertrouwde. Hij heeft haar een veilig onderkomen geboden en een warme thuis, haar en de drie kinderen. Dat hij haar later tot haar laatste snik is blijven thuis verzorgen, is een blijk van liefde, edelmoedigheid en trouw die boek(man)delen spreekt.

 

Thuis aan tafel konden beiden heerlijk redetwisten over de chronologie en datum van allerlei – meestal weinig belangrijke – fait-divers. Ik leerde in die tijd dan ook tegelijkertijd luisteren naar twee verschillende vertellers, over twee verschillende onderwerpen, zonder dat één van beiden ook maar een duimbreed toegaf… Wie zei daar dat het mannelijke brein niet kan multitasken?

Om de uiteenzettingen van Frans te kunnen volgen moest ik wel data van veldslagen leren onthouden, en de namen van Bourgondische en Oostenrijkse koningshuizen en van Franse en Russische revolutionairen. Ik luisterde ook geboeid naar de geschiedenis van de molen van Pulderbos, en naar hoe ge in 1943 best kon fietsen van Nijlen naar Ranst en Emblem en terug. Ik vernam de prijs van een brood in 1937 in vergelijking met dat van een slachtvarken, en ik kwam te weten hoeveel belasting de molenaar van Pulderbos betaalde in 1923.

Later, toen ik minder vaak aan huis kwam, breidde Frans zijn interesse verder uit naar onderzoek van stambomen, en laafde hij zijn geschiedenisdorst wekelijks in menig dorps- of stadsarchief. Ik vergeet hier ongetwijfeld een heleboel verdiensten te vernoemen. Maar wat ik wél weet: geef hem nog 100 jaar, en hij pluist voor U de middeleeuwen uit.

Leergierig en intelligent als hij was zou hij het met zijn talenten in deze tijden zeker tot historicus of professor hebben geschopt. Maar naar de middelbare of (hoge)school gaan heeft het lot hem niet gegund. Zijn jeugd op de boerderij, met zijn eigen verplichtingen en zijn eigen boeren-waarheden en -remedies heeft hem zonder twijfel getekend voor zijn verdere leven.

Voelde hij zich ziek of misselijk? Dan had hij één remedie: “Dat moet ge eraf eten!”

Buikloop? “Een goe stukske spek met patatten!”

Rugpijn? “Een uurke of twee de pijn eraf-spitten”.

Een verstuikte pols? “Een stapel hout zagen”.

En daarna een goe stukske spek!

Eigenlijk is hij de laatste jaren niet zoveel veranderd op dat gebied.

En ge moet het hem nageven : hij is er ijzersterk mee geworden, en honderd! Honderd jaren in een bijzonder mensenleven.

En vraag hem eens of hij veel dingen anders zou aanpakken als hij de kans kreeg? Ik gok dat hij het op min of meer dezelfde manier zou overdoen.

Ik dank u allen.

Guido, 20 januari 2018

Facebook Twitter Email

Een belangrijke archeologische vondst

 

Vooraleer tot de uitbreiding van het Sint-Jozefsinstituut kon worden overgegaan, diende een uitvoerig archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek, volgens het rapport een zeldzaam voorbeeld van dorpskernarcheologie, bracht heel wat sporen aan het licht die inzicht geven in de vol- en laatmiddeleeuwse dorpsontwikkeling van Borsbeek. Verder werden sporen vastgesteld die blijk gaven van Romeinse occupatie. Het volledige resultaat is neergeschreven in een uitvoerig verslag dat geïnteresseerden in ons documentatiecentrum kunnen raadplegen.

 

digitale schilderij die werd opgemaakt van de opgegraven vol-middeleeuwse bewoningssite ter hoogte van St.-Jozefsinstituut © All-Archeo

 

Een heel opmerkelijke vondst was die van een boomstamwaterput. De bepaling van de ouderdom van deze waterput gebeurde aan de hand van 14C (koolstofdatering)  en leverde een datering op tussen 983 en 1051 na Chr. (met 70 % zekerheid). Hij is ondertussen volledig gerestaureerd en op 6 september opnieuw in Borsbeek aangekomen. Hij staat  nu op een (tijdelijke?) mooie locatie, de Sint-Jacobuskerk.

De boomstamwaterput op zijn huidige locatie. © Rita Schouppe-Moons
Facebook Twitter Email

Historische zomerwandelingen verzameld

Bij elk van onze succesvolle Historische zomerwandelingen werd een brochure samengesteld rond het thema van die wandeling.
De meeste van die brochures zijn niet meer te verkrijgen. Wij hebben daarom ze alle 7 verzameld op een DVD. Deze is te verkrijgen aan de prijs van € 10,- in ons centrum tijdens de openingsuren van de bib.
Een berichtje vooraf (zie wie is wie) is aan te raden.

Facebook Twitter Email

Postkaarten van Borsbeek

De leerlingen van Academia maakten op onze vraag kunstzinnige bewerkingen van typisch Borsbeekse zichten.
Daarvan werden 10 postkaarten gemaakt, die nog altijd te koop zijn aan de prijs van €5,- per pakje van 10.
Te bekomen in ons centrum tijdens de openingsuren van de bib. Een berichtje vooraf (zie wie is wie) is aan te raden.

Facebook Twitter Email

Louis Huybrechtsstraat vroeger en nu

De werken aan de Louis Huybrechtsstraat zijn zo goed als beëindigd en de inwoners van deze straat kunnen er best fier op zijn. Het heeft uiteraard wel wat bloed, zweet en misschien een traan gekost maar het resultaat mag er zijn. Tijd dus om eens kort terug te blikken op de geschiedenis van deze straat en enkele foto’s uit de oude doos te voorschijn te halen. Eens was deze straat slechts een smal karrenspoor met hagen. Lees daarom hieronder het artikeltje van de hand van Johan Mortelmans, medewerker van het DocC Borsbeek.

 

 

 

 

 

Facebook Twitter Email

Borsbeek in de “Groote Oorlog”- inleiding

Herdenkingsplaatje 11-11-2014Naar aanleiding van het honderdjarige herdenkingsjaar van de Eerste Wereldoorlog hebben Frans Verbist en Paul Janssen de koppen bijeen gestoken en enkele interessante documenten uit de archieven van Beveren opgezocht. Vooral het probleem van het overleven tijdens dit grote wereldconflict zal onze bijzondere aandacht opeisen.
Dit artikel verscheen ook in de “Info Borsbeek” zij het in een verkorte versie.

Borsbeek in de Groote Oorlog Copy

 

Walter Janssens
voorzitter-secretaris
DocC Borsbeek

Facebook Twitter Email